| Tipgelden in strijd met provisieregels? |
|
|
|
| Geschreven door Marten Renes |
| maandag, 05 juli 2010 09:40 |
|
Voortbordurend op haar Leidraad Passende Provisie heeft de AFM op 18 juni 2010 een nieuwe vingerwijzing gegeven over het ontvangen, dan wel betalen van tipgelden of leadvergoedingen voor financiële dienstverleners (zie: 'Tipgeld niet in het belang van de klant´). Deze kan ook doorwerking hebben voor beleggingsondernemingen. De AFM verwacht dat het betalen van excessieve tipgelden de advisering negatief beïnvloedt. Ook is het gebrek aan transparantie over dergelijke tipgelden de AFM een doorn in het oog. De AFM geeft als richtsnoer aan de markt mee dat een vaste vergoeding van EUR 1.000,- (of hoger) waarschijnlijk niet toelaatbaar is. Een bedrag van EUR 100,- is volgens de AFM beter. Wat dat betreft laat de richtsnoer aan duidelijkheid niets te wensen over. Daarnaast acht de AFM een leadvergoeding of tipgeld als percentage van de hoofdsom zonder aanvullende maatregelen in een groot aantal gevallen niet wenselijk. Als aanvullende maatregel kan gelden het koppelen van een maximumbedrag aan het percentage. Zijn deze richtsnoeren terecht? Onzes inziens niet. Het is een sterk vereenvoudigd wiskundig model dat zeer makkelijk te handhaven is. Vanuit het perspectief van de AFM is dat een aantrekkelijke gedachte. Het model schiet echter tekort om de gevarieerde werkelijkheid te kunnen vangen. De AFM werkt vanuit de negatieve veronderstelling die uitgaat van een leadgenerator die zonder enige moeite veel geld ontvangt voor het doorsturen van iedere klant, terwijl de gelden geheel worden doorberekend aan deze klant. In de praktijk blijkt dat leadgeneratoren wel degelijk een onderscheid maken wie zij naar een financiële dienstverlener doorsturen in verband met de succeskansen (en dus voorwerk verrichten), krijgen de leadgeneratoren alleen een vergoeding bij een succesvolle relatie (wat dus maar een percentage is van alle leads, terwijl de leadgeneratoren wel werk verrichten voor alle doorverwijzingen) en worden de vergoedingen zeker niet altijd doorberekend aan de klant, maar wordt het betaald uit de winstmarge van de financiële dienstverlener. Daarbij lijkt de AFM zich niet te realiseren dat het voorwerk bij de doorverwijzing van grote opdrachten in de regel intensiever is, dan bij kleinere opdrachten. Een onderscheid via bijvoorbeeld percentageberekeningen kan dan gerechtvaardigd zijn. De regels omtrent provisiebetalingen zijn genuanceerder dan de huidige richtsnoeren van de AFM. Het is voor de financiële markten en de adviseurs op die markten van belang om de AFM te wijzen op de nuances. |




