| Tijd voor een sparringpartner voor bestuurders van pensioenfondsen?! |
|
|
|
| Geschreven door Ellen Hoving |
| woensdag, 29 september 2010 11:52 |
|
De ontwikkelingen in de pensioensector volgen elkaar in hoog tempo op. Pensioenfondsbestuurders staan in het middelpunt van deze ontwikkelingen. De vraagstukken waarmee zij te maken krijgen zijn aanzienlijk complexer geworden. De eisen die aan de deskundigheid worden gesteld nemen toe. Kritische geluiden? Sinds het uitbreken van de financiële crisis zijn kritische geluiden te horen over het niveau van pensioenfondsbestuurders. Zo stelt de commissie Frijns dat de besturen van de pensioenfondsen beter in control moeten zijn m.b.t. hun vermogens- en risicobeheer. De DNB trekt de teugels behoorlijk aan en verscherpt samen met de AFM de eisen voor deskundigheid van pensioenfondsbestuurders. Besturen wordt steeds hachelijker. Gedreven door betrokkenheid stappen bestuurders in hun functie, om vervolgens geconfronteerd te worden met een veranderend landschap, meer wet- en regeldruk en verscherpt toezicht. Dat leidt tot toenemende risico’s, ook waar het de eigen reputatie van bestuurders betreft. Is alleen kennis genoeg? De gesignaleerde ontwikkelingen vragen om een grotere deskundigheid van pensioenfondsbestuurders. Maar is alleen kennis genoeg voor goed bestuur? Hebben zij oog voor de zachte factoren zoals gedrag en cultuur en het omgaan met weerstand? Worden de juiste vragen gesteld en de verschillende belangen in het oog gehouden? Dit zijn competenties die verder gaan dan het in huis hebben van kennis. Eenzijdig? De financiële crisis zorgt echter voor een sterke focus op de deskundigheid van pensioenfondsbestuurders op het gebied van beleggen. Hoewel relevant, leidt die vernauwing volgens hoogleraar Van de Loo de aandacht af van andere terreinen. Pensioenfondsen hebben immers te maken met meer onderwerpen dan alleen beleggen. Een te specialistische invalshoek van bestuurders kan de noodzakelijke brede bestuurlijke blik in de weg staan. Volgens hem bepalen drie factoren de effectiviteit van een bestuur: persoonlijke kwaliteiten van bestuurders, de groepsdynamiek en systeemkwaliteiten, die afhankelijk zijn van de bestuurlijke en organisatorische inrichting en andere omgevingsfactoren. Die brede blik is volgens hem nodig om een juiste afweging te kunnen maken tussen alle verschillende belangen die bij een pensioenfonds in het geding zijn. Waar legt u als bestuurder van het pensioenfonds het accent? Wilt u weten hoe FPLC inspeelt op deze problematiek? > Lees verder |




