| Gerechtsdeurwaarders: Onafhankelijkheid en marktwerking |
|
|
|
| Geschreven door Arnout van Kempen |
| maandag, 05 juli 2010 10:09 |
|
Volgens het FD van 5 juli jl. hebben de gerechtsdeurwaarders een nieuwe beroepsverordening die gaat leiden tot verhoging van de incassokosten. Door onderzoeksbureau SOE, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, zou dat het gevolg zijn van pogingen van gerechtsdeurwaarders hun markt te beschermen. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd. Immers, gerechtsdeurwaarders hebben een wettelijke taak bij door de rechter opgelegde incasso’s. Die taak is exclusief bij gerechtsdeurwaarders neergelegd, en is daarmee een monopolie. Wat valt daar nog aan af te schermen? Het antwoord ligt niet bij de wettelijke taak van de gerechtsdeurwaarder, maar bij de veel grotere markt van overige incasso-activiteiten. Hier concurreert de gerechtsdeurwaarder met gewone incassobureaus. Waar SOE zich zorgen over maakt, is het verschijnsel van kruissubsidies. Hierbij zou een gerechtsdeurwaarder in het niet-wettelijke deel van zijn praktijk tegen lagere kosten kunnen werken, omdat hij zijn kostprijs “subsidieert” vanuit de wettelijke taken. SOE veranderstelt daarbij dat die wettelijke taken een relatief hoge marge opleveren. Het is een discussie die we ook kennen vanuit het accountantsberoep. Ook hier een wettelijk monopolie naast een grote niet-gereguleerde markt. Het gekke is alleen: juist de wettelijke taak werd in de jaren ’80 en ’90 een soort wegwerpartikel dat tegen afbraakprijzen werd aangeboden. Wie de geschiedenis van het beroep kent weet dat juist die beweging aan de basis lag van verlies van vertrouwen en de opkomst van de toezichthouder. Zou de accountantsmarkt fundamenteel verschillen van de markt van gerechtsdeurwaarders? Zit SOE er faliekant naast? Of zouden we met ons allen de accountantsmarkt toch niet zo goed hebben ingeschat? |




